Home
Info
Geschiedenis...
Geografie...
Sociale Struktuur...
Heersende Klasse...
Toerisme...
Zaken Info...
Forum
Chat
Woordenlijst
Literatuur
Links
Lees Gastenboek
Teken Gastenboek

Help ons met een donatie bijdrage

Home >>Geografie >>Natuurreservaat Tangkoko-Batuangus

Natuurreservaat Tangkoko-Batuangus

Door: Roderick C. Wahr

Het 8600 hectare grote reservaat is al sinds 1919 een beschermd natuurgebied en levert het drinkwater voor het nabijgelegen Bitung. Tot het reservaat, dat tussen de steil uit zee oprijzende bergpieken van de Dua Saudara (1351 m) en de Tangkoko (1109 m) ingeklemd ligt, behoren ook de koraalriffen voor de kust. Het dankt zijn unieke topografie aan een uitbarsting van de Gunung Tangkoko in 1839. Lokale vissers noemen het gebied rond de pieken Tanah Larangan; verboden land. Deze benaming is waarschijnlijk gegeven na de vulkanische activiteit in de vorige eeuw. Afgezien van wat lichte vulkanische activiteit in 1980 zijn er geen bevingen meer geweest. De beste tijd om het reservaat te bezoeken ligt tussen april en september. Ook dan kan het echter flink regenen.

Flora en fauna

In het reservaat komen 6 typen bos voor, een hoeveelheid die ook buiten Indonesië in zo'n betrekkelijk klein gebied bijna nooit voorkomt. In Tangkoko-Batuangus komen diersoorten voor uit het overgangsgebied tussen de Aziatische en Australoïde fauna, zoals het spookdiertje (Tarsius Spectrum), de hoog in de bomen levende koeskoes (Phalengar ursininius), die door de lokale bevolking Manguni genoemd wordt, de civetkat, de zwarte kuifmakaak, en verschillende andere apensoorten.
In het reservaat leven maar liefst 160 verschillende vogelsoorten, waaronder veel trekvogels uit Australie. De roodgeknobbelde neushoornvogel komt in grote aantallen in het park voor en kan zonder al te veel moeite geobserveerd worden. Te zien is ook de bruine adelaar (Pandion heleatus). Langs de kust van het reservaat zijn enkele grotten waar de lokale bevolking eetbare vogelnestjes verzamelt. Het reservaat is ook een van de weinige plekken waar de Actenoides monachus, een zeldzame ijsvogel voorkomt. Een andere ijsvogel die in het park leeft is de bosijsvogel (Crittura cyanotis). De maleo legt in augustus en september haar eieren op open plekken in het reservaat. Deze hoendervogel is gemakkelijker in het Dumoga-Bone reservaat te zien.
Verder zijn er strandjes waar zeeschildpadden eieren komen leggen. Heel zelden worden hier leerschildpadden gezien.

Bedreigde diersoorten

De enorme verscheidenheid aan flora en fauna in het park fascineerde ook de Britse natuurvorser sir Alfred Russel Wallace, die het gebied in 1853 bezocht. Hij beperkte zich toen voornamelijk tot het bestuderen van maleo's op het strand van Batu Putih. In 1913, 6 jaar nadat de eerste mensen in Batu Putih waren komen wonen, was het strand waar Wallace onderzoek had gedaan al door de maleo's verlaten. Door het roekeloos rapen van eieren wordt deze bijzondere vogel tegenwoordig zeer zelden in het park gezien. Vooral de zwarte makaak (Macaca nigra), die door de lokale bevolking yaki wordt genoemd, moet beschermd worden. Het dier is een gewild huisdier en staat tevens op de menulijst van de Minahassers. Met kerst vervult het de functie van ons kalkoen en vooral in december wordt er dus veel op het dier gejaagd. In 1978 leefden er nog 26.000 makaken in het park, in 1988 waren dit er nog maar 2300. Als er niets veranderd is de zwarte makaak binnen 25 jaar uitgestorven. Tot 1995 is een Amerikaans echtpaar bezig geweest met het bestuderen van dit bedreigde dier. Een Amerikaanse van National Geographic is in 1994 begonnen met het bestuderen van de Tarsius Spectrum. Dit spookdiertje laat zich in het park gemakkelijk bekijken.

Transport naar het reservaat

Neem vanaf Manado eerst een bemo naar Bitung. Vertel de chauffeur dat je er in Girian uit wilt. Dit plaatsje ligt 2 km voor het busstation van Bitung. In Girian gaat een weg linksaf naar Batu Putih, het uitgangspunt voor het park. Komende vanaf Manado wordt deze afslag aangegeven met Danuwudu, een dorp tussen Girian en Batu Putih. De jeeps en minibusjes vertrekken vanaf het begin van de afslag, die in Girian Jl. Chus Taulu heet, tegenover toko serba ada Girian Jaya. Hier kun je de laatste boodschappen doen voordat je het reservaat ingaat. Ze hebben hier zelfs koude frisdrank. In Batu Putih is buiten dagelijks eten (voornamelijk vis) weinig te krijgen. De 20 km lange rit naar Batu Putih duurt een uur. Je kunt ook een busje charteren.
De route is prachtig. Onderweg heb je uitzichten op de Gunung Dua Saudara en de Gunung Tangkoko. Tot aan het dorp Dua Saudara is de weg geasfalteerd. Hierna ga je het regenwoud in. Deze tweede helft van de rit is in de regentijd soms niet te berijden. In dat geval moet je de laatste 13 km van Dua Saudara naar Batu Putih lopen. Het is duidelijk te zien dat de weg over de grens van het reservaat voert. Rechts van de weg zie je regenwoud, links van de weg een kaalgekapt, sterk geërodeerd landschap.
Er zijn ook andere routes om het reservaat te voet binnen te komen, bijvoorbeeld vanaf de Tarsiusbaai of het plaatsje Makadewi ten oosten van het reservaat. Sir Alfred Russel Wallace reisde in de vorige eeuw van Lempias via Likupang naar Batu Putih. Je kunt nog steeds vanaf het westen Batuputih, maar vanaf Rondor is de weg enkel voor terreinwagens berijdbaar.
Vanaf de kleine haven achter Pasar Peteten, de markt van Bitung, gaan met uitzondering van zondag boten naar het eiland Lembeh. Naar Batu Putih, waar de PHPA-post van het Tangkoko-Batuangus ligt, gaan geen reguliere boten meer, aangezien deze plaats inmiddels vanaf Girian in een uur over de weg te bereiken is. Je kunt natuurlijk een boot charteren (flink tawarren). Het is 1,5 uur varen. Hou er rekening mee dat het in de zeestraat tussen Lembeh en het vasteland door een sterke wind behoorlijk kan spoken, vooral in de maanden juli en augustus. In de bocht voor de 474 m hoge Batu Angus zijn meestal flinke golven. Na Batu Angus ben je Lembeh voorbij en is de zee meteen een stuk rustiger.

Batu putih

Dit vriendelijke vissersdorp is het uitgangspunt voor tochten door het park. De bevolking leeft voornamelijk van de vangst op tonijn (ikan deho). De kinderen zijn hier al gewend aan toeristen. Ze roepen nog wel hello mister, maar rennen niet in grote getale gillend achter je aan. Overnachten kun je er op basis van volpesion.

Hotels

  • Homestay Tangkoko. Het losmen van Ibu Roos en Pak Lende ligt in het uiterste oosten van het langgerekte dorp. Het kan er in augustus en september redelijk druk zijn, terwijl je in het naseizoen het rijk voor je alleen hebt. 10 eenvoudige kamers, waarvan 3 met mandi en fan. De kamers achter hebben een veranda boven een stroompje. Er is wel eens iets uit de kamers van het losmen gestolen, dus wees gewaarschuwd. Het ontbijt bestaat uit maar liefst 10 boterhammen. Ook de warme maaltijden zijn goed en veel. Sinds 1996 heeft Ibu Roos 4 losstaande bungalows met eigen mandi die op 500 m afstand bij de ingang van het dorp liggen.
  • Landa-Linda. Tegenover Homestay Tangkoko. 4 kamers met gedeelde mandi. Een goed alternatief voor wie het bij Ibu Roos wat te druk vindt.
  • Ranger Homestay. Bij de ingang van het dorp. De duurdere kamers hebben een fan en een eigen mandi. Vriendelijk personeel. Het losmen wordt -de naam zegt het al- door rangers geleid, en is dus een goede plek voor informatie over het park. Aanrader.

Eten & Drinken

Bij alle hotelletjes in Batu Putih is het eten inbegrepen, en de maaltijden zijn over het algemeen goed en ruim voldoende. Buiten de deur eten is niet interessant, in het dorp zijn een paar povere warungs waar enkel vis met rijst verkocht wordt.

Nuttige adressen

PHPA. Een permit voor het reservaat kun je halen bij het PHPA-kantoortje bij de toegangspoort tot het park. Om er te komen moet je de krakkemikkige brug achter het losmen van Ibu Roos over. Je kunt hier ook foto's, stickers en T-shirts kopen. De opbrengst wordt besteed aan het beschermen van de dieren.
Gidsen. Een gids van de PHPA neemt maximaal 5 personen het park in. Pak Freddy is een goede gids en kan veel vertellen over de flora en fauna van het park. Andere goede gidsen zijn Yunus Masala, Noldi Kakauhe, Jimmy, Yukber, Deky, Zakar, Djenky en Anton. Veel van hun kennis hebben ze opgestoken van John MacKinnon, een Amerikaan die hier in de jaren '70 een managementplan voor het park heeft opgesteld.

Tochten door het park

Belangrijk: Net als in Dumoga-Bone heerst ook hier schurftmijt. De laatste jaren is het aantal toeristen dat het park bezoekt enorm toegenomen, hetgeen natuurlijk nadelige gevolgen heeft voor de lokale fauna. In het weekend bezoeken veel natuurvrienden het reservaat met ghettoblasters, dus dan loop je niet veel kans dieren in de buurt van het pad langs de kust te zien.
Drommen toeristen verdringen elkaar rond de bomen waarin de Tarsius Spectrum leeft, iets waar dit nachtdiertje zich beslist niet prettig bij voelt. Voor de onderzoekers in het park kunnen toeristen ook zeer storend zijn, wanneer ze vanuit hun verdekte observatieposten meer toeristen dan dieren zien. Het is dan ook niet toegestaan alleen tochten door het park te maken. Neem een gids, en beperk de groepsgrootte tot maximaal 4 personen. Blijf altijd op de paden en volg de aanwijzingen van de gids op. Laat buiten je voetsporen niets achter in het park en voer geen dieren.

Naar de spookdiertjes

Om de spookdiertjes uit hun huis, een enorme waringin, te zien vertrekken moet je om 16.00 uur vanaf de PHPA-post beginnen te lopen. Je bent dan rond 19.00 terug. Het is een klein uurtje lopen naar hun woonboom. 's Avonds komen de diertjes langzaam naar buiten, en kun je ze dus beter bekijken. Een bezoek op dit tijdstip is prettiger voor de spookdiertjes, omdat je ze zonder zaklamp kunt zien. Om ze te zien thuiskomen moet je om 4 uur 's ochtends op pad. De diertjes komen tussen 5 en 6 uur terug van hun nachtelijke zoektocht naar insekten in het bos. Ze gaan meestal snel naar binnen.
Na het bekijken van de spookdiertjes kun je met een gids een wandeling door het reservaat maken, waarbij je misschien de paarse bunga bankai krijgt te zien, een aan de rafflesia verwante parasietplant. In de ochtend ruik je niets, maar rond het vallen van de avond scheidt de plant een doordringende lijkengeur af, die insekten aantrekt. Vraag je gids je naar de 20 m hoge klimboom te brengen. Het is mogelijk om door de holle stam van deze door boomwurgers vermoorde woudreus naar de toppen van het bladerdak te klimmen om het regenwoud eens vanuit het oogpunt van een makaak te bekijken.
Als je de spookdiertjes alleen in de namiddag wilt zien, kun je 's ochtends ook later vertrekken. Vertrek voor 6.00 uur als je makaken wilt zien, dan arriveer je bij hun slaapboom voordat ze vertrekken. Pak Freddy klaagt steen en been dat mensen uit Manado zijn bos leeg eten. Ze lusten alles en jagen daar ook op. De babiroesa is reeds lang verdwenen, en ook de tarsius spectrum en de neushoornvogel staan op het verlanglijstje van de stropers. Hij heeft al een aantal malen stropers in de kraag gevat, die volgens hem lang in het gevang konden nadenken over hun zonden.

De beklimming van de Gunung Tangkoko

Het is ook mogelijk met een gids de Gunung Tangkoko te beklimmen. Goede klimmers kunnen de met moswoud bedekte top in 3 uur bereiken, maar een gemiddelde loper zal met de beklimming en afdaling de hele dag bezig zijn. Als het geregend heeft word je langs het pad naar de top belaagd door honderden bloedzuigers. In de regentijd zal veel van deze ellende worden goedgemaakt door de prachtige orchideen die in de droge tijd afwezig zijn. Vraag de rangers ook naar de lokatie van de rumesot, een waterval die in het niets verdwijnt.

Snorkelen en zwemmen

Naar het zwarte strand

Vanaf de PHPA-post (waar je 750 rp entree moet betalen) loop je in een kleine 2 km naar het zwarte strand. Hiervoor hoef je geen gids mee te nemen. Je moet dan linksaf bij de parkeerplaats (een vierkante omheining) voor het lichtblauwe huisje. Dit was vroeger het PHPA-guesthouse en wordt nu gebruikt door onderzoekers. Tussen het strand en de parkeerplaats is een put met zoet water waarmee je je kunt afspoelen.
Er ligt wat redelijk koraal voor de kust. Het beste deel ligt direct voor het strand als je vanaf de parkeerplaats het strand opkomt. Bij laag water is het moeilijk in het water te komen zonder je aan het koraal open te halen. Je moet dan iets naar rechts waar een brede plek is zonder koraal. Het rif bestaat grotendeels uit harde koralen zoals hertegewijen (Acropora spp), het fijne koraal Millipora en de buisvormige Tubipora. Veelvoorkomende vissen rond het rif zijn de papegaai-, de vlinder- en clownvis.

Naar het witte strand

Dit strand ligt ten westen van het dorp, op 45 minuten lopen vanaf het losmen van Ibu Roos. Loop de 1,5 km lange hoofdstraat naar het westen uit, en ga dan rechts tussen de laatste huizen door. Vervolgens ga je een pad schuin links omhoog, dat na enige tijd in een modderig karrespoor overgaat. Ga bij het huis niet met de bocht mee naar links, maar steek de heuvel schuin over. Vanaf deze heuvel loopt een steil en glibberig pad (goede schoenen!) naar beneden naar het strand. Voor de kust van het strand ligt geen bijzonder koraal.

source: http://www.travelmarker.nl

 


2004 by Roderick. All rights reserved.write comments to: